Hoe mijn weekend was?
Ja, goed.
Apart wel.
Ik was in Alphen.
Alphen aan den Rijn.
Ken je dat?
Ik was er nog nooit geweest.
Ja dat park.
Met die vogels.
Avifauna.
Dat kende ik dan.
Maar verder.
Nee.
Maar goed.
Ik moest in Alphen zijn.
Alphen aan den Rijn dus.
Ik moest voordragen.
Of dat moest niet.
Dat wilde ik zelf.
Daar had ik mij voor opgegeven.
Dus ik daarheen.
Een statig gebouw.
Deftig.
Er waren al mensen.
Dichters en toehoorders.
En een hond.
Met verlatingsangst.
Ja, ik geloofde het ook niet.
Een hond met verlatingsangst, zei ik?
Ja, zei de eigenaresse.
Van wie die hond was.
Ze was er mee naar een psycholoog geweest.
Het ging nu eindelijk goed.
Ik aaide de hond.
Het baasje zei braaf.
En ik keek naar buiten.
Door een groot raam.
Van de voordachten kreeg ik niet veel meer mee.
De mijne deed ik op routine.
Een hond met verlatingsangst.
Hoe ging ik dit thuis vertellen?