Ze was een cowboymeisje.
Daar had ze het meest van weg.
Jane Fonda, zoiets.
Ze was er in ieder geval geknipt voor.
Haar rol in die bar.
Waar ik belandde.
Geheel toevallig.
Niet gepland ofzo.
Je loopt ergens binnen.
En beleeft dan wat.
Zo gaat dat.
Ik bestelde bier.
Kreeg het in een flesje.
En verder moest je niet zeuren.
Iedereen dronk pijpjes.
Dus stelde je geen vragen.
Dat haalde je niet in je hoofd.
Het kwam niet eens in je op.
Er moest gedronken worden.
Zonder dat er ergens op geproost werd.
Wat viel er te vieren dan?
Niks toch.
Je kwam er niet voor je lol!
De muziek stond uit.
Daar deed men niet aan.
Dat deed je thuis maar.
Zo was de gedachte.
Hier kwam je om te vergeten.
Je zinnen te verzetten.
Plezier was uit den boze.
Iedereen was in de olie.
Door de zon gebruind.
Maar niemand verdiende er een stuiver.
Of ‘t moet het cowboymeisje zijn geweest?
Die de eer opstreek.
En er met de buit vandoor ging.
Jane Fonda.
De vrouw uit onze natte droom.
