Hij legde ze terug.
De broodjes.
Bij de AH to go.
Er kwamen net beveiligers aan.
Ik had ze ook gezien inderdaad.
De mannen en vrouwen met de hesjes.
Het noodzakelijke kwaad.
Het maakte indruk.
Of dat zou ’t moeten maken.
Op ons.
Op hem.
Die juist iets aan het stelen was.
En ik die dat zag gebeuren.
Ik zag ‘t ‘m doen.
Een normaal ogende man.
En hij twijfelde.
Zal ik?
Nee, zag ik hem denken.
Laat ik het maar terugleggen.
Straks sneaken ze me.
Mooi om te zien hoe hij deed alsof z’n neus bloedde.
Goed geacteerd.
Ik wilde hem er bijna een compliment voor maken.
Misschien omdat ik ‘m wel begreep.
Dat ik zelf ook ooit in zo’n situatie had gezeten.
Dat je moet kiezen.
Het is het een of het ander.
Koop ik sigaretten.
Of rook ik vandaag niet maar dan eet ik tenminste wel?
Met die vragen moet die man gezeten hebben.
Zulk soort afwegingen.
Daar kan je wat van vinden ja.
Je kan er over oordelen.
Maar makkelijker gezegd dan gedaan.
Wanneer je tussen de wal en ’t schip verkeerd.
De beveiligers hadden daar geen boodschap aan.
Je kon hun nog meer vertellen.
Ze kenden elke smoes.
Het verhaal erachter zal ze een worst wezen.
De dief moest bij z’n lurven gegrepen worden.
Gelukkig voor hem.
Hij ontsprong net op tijd de dans.
