Je mag het niet zeggen.
Maar het was wel zo.
Hij had haar gekocht.
Brazilië.
Bolivia.
Zeg jij ’t maar?
Ik kon haar nationaliteit nergens uit opmaken.
Chileens misschien wel?
Ze zei niet veel.
Wel wilde ze steeds op de foto.
En hij maar foto’s maken.
Trots als een pauw.
Hij had haar.
Het was ‘m toch maar mooi gelukt.
Ik probeerde niet te oordelen.
Ieder mens heeft recht op geluk.
Maar er overviel mij iets.
Een gedachte.
Hoe het dan gegaan zou kunnen zijn.
Hij woonde nog thuis.
Z’n vader al dood.
En het werd weleens tijd.
Vond z’n moeder.
Daar heb je toch sites voor, zei ze.
Met van die vrouwtjes.
Ze had dat van een vriendin.
Wiens zoon ook nog thuis woonde.
En nu juist met het vliegtuig naar Thailand was vertrokken.
Om er een op te halen.
Was dat ook niks voor hem?
Je gaat vanzelf wel aan elkaar wennen, had ze gezegd, die moeder.
En daar liep hij.
En zij.
Hij nog op klompen.
Zij op de nieuwste Nikes.
Het arme kind.
Was ’t een lang leven beschoren?
Binnenkort gingen ze trouwen.
Haar kostje was gekocht.
Just do it.
