Het elastiek is eruit.
Van m’n sok.
Knap irritant.
Hij zakt steeds naar benee.
Ik kan ‘m wel omhoog hijsen.
Maar het heeft geen zin.
Straks zit ie weer.
Ik had ‘m natuurlijk weg moeten doen.
Jaren terug al.
Hij was ooit zwart.
Die sok.
Nu is ie vaal.
En niks waard.
Want wie geeft er wat om een sok?
Die koop je.
Die draag je een jaar.
En dan is ie foetsie.
Nog niet eens bewust.
Sokken komen en gaan.
Ze gaan natuurlijk per paar.
Die sokken.
Aan één sok heb je niks.
Wie koopt er nou één sok?
Maar deze sok dus.
Deze zonder elastiek.
Die heb ik al zolang.
Zolang als ik mij kan herinneren.
Misschien zelfs uit de vorige eeuw nog.
Ja, eerlijk.
Die sok moet een hoop gezien hebben.
Hebben meegemaakt.
Mijn trouwerij.
Ook al stelde het niet veel voor.
Hij was erbij.
Mijn zaak.
Dat is ook hem niet in de kouwe kleren gaan zitten.
En het gedoe daarna.
Hij heeft het allemaal overleefd.
Net als ik.
Ik ben er ook nog.
Soms is de rek er bij mij ook wel een beetje uit.
Moet men mij ook ophijsen.
Want voor ik het weet zak ik ook weer naar benee.
Dat heb je soms als sok.
Je was ooit een paar.
Nu sta je er alleen voor.
Nou went dat wel.
En zo erg is het nou ook weer niet.
Maar mocht je nog een sok weten?
Maatje 45
Hij snakt ernaar.