Ik heb de laatste deur.
Op de galerij.
Eerst moet je langs alle andere deuren.
Meestal doet het mij niks.
Maar soms.
Soms dan doet het zeer.
Dan dienen levensvragen zich aan.
Wat doe ik hier.
Wat doe ik hier nog.
In deze flat.
Ik ben ten dode opgeschreven.
Sorry, ik kan het niet mooier maken.
Dat denk ik dan.
Dan denk ik.
Ik wil weg.
Ik wil weg hier.
En nooit meer terugkomen.
Ze mogen alles houden.
De sleutel gooi ik wel door de brievenbus.
Die vinden ze wel.
Ik had ‘m namelijk zien liggen.
Mijn buurman.
En hij lag er al een poosje.
De vliegen vierden carnaval.
De geur was niet te harden.
Mijn maag keerde zich om.
Ik ben ten dode opgeschreven.
In een flat waar je niet dood gevonden wil worden.
En straks is het mijn beurt.
Dat denk ik.
Dat denk ik dan.