Doe haar maar de groeten van mij.
Had ik gezegd.
Mocht je d’r zien.
En die kans zat erin.
Dat ie d’r zag.
Ze hadden geloof ik wat?
Ja, zei ie.
Zal ik doen.
En nou ben ik dus benieuwd.
Zal ze ze in ontvangst nemen?
En hoe?
Ik denk dat ze zal knikken.
Oh zal zeggen.
En zal zwijgen.
Of wat zal mompelen.
Veel woorden zal ze er niet aan wijden, vermoed ik?
Misschien zegt ze, hij ja.
Ja, die ken ik nog wel.
Ik denk niet dat ze zal zeggen, ja dat was me er eentje.
Dat zal ze niet doen.
Ik denk dat ze haar mening voor zich houdt.
Dingen nu achteraf wel begrijpt.
En bovendien.
Zelf was ze ook niet zo heilig.
Dus mogelijk gaat ze over op een ander onderwerp?
Hoe z’n dag was.
En of hij gevonden had wat ie zocht?
Nou, ik wel, zei ik ongevraagd.
In ieder geval.
Hij zal de groeten overbrengen.