Ligt ’t soms aan mij?
Dat er steeds vaker naar mij gegapen wordt?
Praat ik soms poep?
Laatst.
Zit ik in een gesprek.
En ik vertel.
Zij luistert.
Daarna andersom.
Zij vertelt.
En ik luister.
Zoals dat dan gaat.
We hebben ’t over dingen.
Zaken die ik hier buiten beschouwing zal laten.
Niks hoogdravends.
Stel je er niet al te veel van voor.
Ook waar we zaten.
Dat restaurant.
Het hield niet over.
Tafels.
Stoelen.
En een afhaalbuffet.
Maar goed.
We praatten.
Ik meer dan haar.
Was ik soms zenuwachtig?
Nee, ik was ergens vol van.
Dat was ‘t.
Dan gaan we dit doen!
En dan doen we dat!
Prima, zei ze.
Ja, is goed.
Geen probleem.
En ze gaapte ongegeneerd.
Wagenwijd.
Mij haar ademsappel tonend.
Voortaan zal ik ’t kort houden.
