Ik zag shag liggen.
Shagresten.
Ergens op een vensterbank.
Bij het passeren van een huis.
Mijn oog viel erop.
Goh, dacht ik.
Dat is waar.
Zo was dat bij mij ook.
De bewoner had z’n luxaflex nog naar beneden.
Geen zin in daglicht waarschijnlijk.
Hij kon de zon niet verdragen.
Zij.
Of hun.
Misschien was ’t een stel.
Leefden ze zo.
Planten die nooit water kregen.
De keuken een bende.
Of alleen met een vaatdoekje het ergste afgenomen.
On-opengemaakte post.
Alles op de lange baan schuivend.
Ik ken ze.
Die stellen.
De mensen die nog steeds zo leven.
Achter de feiten aanlopend.
Het weten en het toch niet doen.
De fut er niet voor hebben.
Het komt morgen wel.
En de morgen komt.
Geloof mij.
Eerder dan je denkt.
