Wil je alles onbeperkt kunnen lezen? Neem dan je petje af voor Reinier. Dat kan al voor € 2,50. Klik op een verhaaltje voor meer info

Ik kijk vaak bij huizen naar binnen.
Zeker zo ’s avonds.
Nu het weer vroeg donker is.
En het licht eerder aan gaat.
Het zijn allemaal net kleine theatertjes.
Of schoenendozen.
Waar een kijkdoos van is gemaakt.
Mensen gunnen je een blik.
Bewust of onbewust.
Maar je hoeft er geen kaartje voor te kopen.
Het is gratis.
Je ziet de mooiste dingen.
Soms is er bedrijvigheid.
Een huishouden van Jan Steen.
Dan weer een stilleven.
Een oude man knikkebollend in zijn luie stoel.
Elk raam is weer een verrassing.
Met steeds weer een nieuw podium.
Maar nooit zit er iemand in de zaal.
Terwijl er toch echt heel goed geacteerd wordt.
Het is net echt.
Stuk voor stuk zijn het allemaal talenten.
Hun kwaliteit is dat ze zo goed zichzelf kunnen spelen.
Dat is echt hun sterkste punt.
Het is alleen zo jammer dat al die talenten steeds verloren gaan.
Als ’s ochtends de wekker weer gaat.
En ze weer moeten.
De meesten nemen dan weer een rol aan.
Die hun eigenlijk niet goed ligt.
Het is vaak een klein bijrolletje.
Maar het betaalt aardig.
En ze nemen er genoegen mee.
Ook al weten ze dat ze beter kunnen.
Ze ondernemen wel pogingen om hogerop te komen.
Maar het blijven bijrollen.
Tot dat ze weer thuis zijn.
En weer zichzelf mogen spelen.
Dat bevalt hun toch het best.
In hun eigen kleine theatertje.
Waar ze dagelijks de hoofdrol vertolken.
En de sterren van de hemel spelen.
Maar nooit eens applaus.
Nooit eens hooggeëerd publiek.
Alleen wanneer het doek definitief gevallen is.
En ze tussen zes plankjes liggen.
Dan zit de zaal vol mensen.
Krijgen ze goede kritieken.
Spreekt iedereen vol lof.
Dan spelen ze voor het eerst zichzelf.
In het bijzijn van anderen.
Briljant geacteerd.
Maar zonder bezieling.