Het was zo’n wijk.
Een wijk die ik kende.
Een naoorlogse wijk.
Gebouwd met de beste bedoelingen.
Het volk verheffen.
Zoiets.
Kunstuitingen.
Parken.
Winkelcentra.
Maar gedateerd.
Alles.
En niet onderhouden.
Verrot maar.
En dat deed ‘t.
Dolende mensen.
Vuilnis op straat.
Leegstand.
Weinig hoop in ’t vooruitzicht.
Edward Hopper.
Om even een beeld te krijgen.
De zon fel.
Een bushalte.
Ik en een oude mevrouw.
We zeiden geen woord.
Het verval.
Ze had het met lede ogen aangezien.
En drie maal raden wie de schuld kreeg?
